Resultaten assignment 2 – positionering als docent

Resultaten assignment 2 – positionering als docent


14 maart 2017

In het assignment is gevraagd de positionering t.o.v. leerlingen, collega’s en leidinggevenden te beschrijven en tot slot, hoe deze drie positioneringen samenhangen.

Ten opzichte van leerlingen worden verschillende positioneringen gekozen. Een aantal docenten ziet zichzelf als de motor van het leerproces; als overbrenger van vakkennis. Zij plaatsen zich boven de groep en willen rust tot stand brengen om het leren van de leerlingen mogelijk te maken. Een andere positionering wordt genoemd door leraren die de route uitstippelen en fungeren als klankbord voor de leerling. Deze leraren zijn vooral helpend.

Een aantal docenten wil juist tussen de leerlingen staan. Ze stellen zich open op en laten veel van zichzelf zien. In het leerproces sluiten ze aan bij de behoefte van de leerling.

Bijna alle leraren kiezen voor een duidelijke positie, slechts een enkeling twijfelt en geeft aan zichzelf anders te gedragen dan hoe hij/zij zich wil positioneren, bijvoorbeeld door streng te zijn maar eigenlijk liever een wat losser contact te willen.

 

Ten opzichte van collega´s worden vaak genoemd: ‘een eigen mening kunnen geven’, ‘laten zien wat je in huis hebt en wat je kan’ en ‘laten zien dat je vernieuwend bent’. Ook worden ‘goede samenwerking’, ‘acceptatie door de anderen’ en ‘een eigen plek vinden’ veel genoemd.

Het lijkt erop dat docenten die zich op hun plek voelen, zichzelf enerzijds durven te laten zien door hun mening te geven en zich op te stellen als vernieuwer en anderzijds  ook lerend en vragend durven te zijn. Docenten die zich niet thuis voelen, lijken onzekerder, meer teruggetrokken en laten minder van zichzelf zien.

Collega´s worden over het algemeen als gelijken onder elkaar gezien. Het is verschillend of collega´s worden gezien als een samenhangende groep of als een verzameling individuen.

 

Ten opzichte van leidinggevenden is er een tweedeling in positioneringen zichtbaar. Er zijn leraren die zich ondergeschikt opstellen. Zij accepteren wat de leiding zegt en voeren uit wat gevraagd wordt zonder daarover een eigen mening te geven. Deze docenten lijken weinig contact te hebben met leidinggevenden en zijn terughoudend, onzichtbaar en/of onzeker. Sommigen van hen geven een mening alleen als het echt nodig is of als het gevraagd wordt. Docenten binnen deze groep vinden dat ze geen kans krijgen te laten zien wat ze waard zijn of dat ze eigenlijk meer van zichzelf zouden moeten laten zien.

Dan is er een groep docenten die graag deel uit willen maken van het gesprek met leidinggevenden over onderwijs. Ze tonen ambitie, zijn open over zichzelf en voelen zich vrij. Ze willen dat leiding en docenten naar elkaar luisteren, vinden dat de school wordt gevormd door docenten en leiding samen of vinden dat de leiding er is ter ondersteuning van de docent.

Daarnaast zijn er t.o.v. leidinggevenden meer docenten die wisselend of zoekend zijn of in het geheel niet weten wat hun positionering is, dan bij leerlingen en collega’s.

 

Bij de samenhang tussen alle positioneringen zijn ‘gewaardeerd voelen’ en ‘samenwerking’ veel genoemde elementen. Er zijn docenten die aangeven dat ze authentiek willen zijn, het belangrijk vinden een band te voelen en hun ideeën te kunnen laten zien.

Er zijn docenten die zich ondergeschikt opstellen, zich onzeker voelen. Zij zijn zoekend, leggen de lat lager, laten weinig van zichzelf zien. Docenten die zich gewaardeerd voelen, voelen zich thuis, zeggen zichzelf te kunnen zijn, hebben het gevoel het goed te doen en verwoorden dat ze plezier hebben in het werk.

Goede samenwerking en goed contact worden gewaardeerd; er is behoefte aan een ‘samen-gevoel’. Bij goede samenwerking geven docenten hun input, worden ideeën over onderwijs uitgewerkt en wordt er gewerkt aan doelen. 

Terug